DAG 13 (13 mei) Xiamen - Het eiland Gulang Yu

Buitenlanders kwamen naar Xiamen: Portugezen, Britten, Fransen en Nederlanders. Zij konden echter geen handel drijven aangezien sinds 1750 de haven dicht was voor buitenlanders. Pas toen de Opiumoorlog de haven opende onder druk van de Britse marine in 1841 kwam daar verandering in. Zowel Japan als westerse mogendheden vestigden zich op Gulang Yu, een klein eiland op tien minuten varen van de stad Xiamen. Rond 1880 woonden hier buitenlandse bobo’s met een eigen dagelijkse Engelstalige krant, eigen ziekenhuizen, bibliotheken, postkantoren en politie. Uiteraard waren er ook kerken en met name de katholieke kerk is goed bewaard gebleven. Tussen 1938 en 1945 was Xiamen in Japanse handen.

Op de heenweg betaal je niets voor de overtocht naar het eiland, op de terugweg omgerekend 80 Eurocent. Je kunt dus gratis op het eiland komen, maar om er weer weg te geraken moet je wel betalen. Wil je op het bovendek dan betaal je 10 Eurocent extra voor het mooiere uitzicht. Op de veerboot heerst een opgewonden schoolreisjesstemming onder de vele Chinese toeristen die een dagje naar het eiland komen. Voor de weinige westerse toeristen is het een feest van herkenning. Koloniale villa’s in vooral Mediterrane stijl vind je over het hele eiland, vaak prachtig gelegen en met mooie tuinen. De enkele kleine dorpjes ademen een Zuid-Europese sfeer met hun smalle straatjes en vaak fraaie huizen. Maar de meeste villa’s zijn erg slecht onderhouden en sommigen zelfs overwoekerd door planten en klimop.
Er zijn verschillende hotels, een hostel en allerlei kleine restaurants waar vooral visgerechten populair zijn. We zien hier ook de eerste buitenlandse toeristen, en horen Nederlands spreken en waar komen ze vandaan ........ nee nee, uit Vlaanderen.
Het is erg plezierig om op het eiland rond te lopen en we vermaken ons er dan ook de hele dag en lopen dan ook bijna het hele eiland rond. Als je even buiten de route van de souvenirswinkeltjes bent, kom je al geen Chinese toerist meer tegen. Het is ook heerlijk weer, veel zon en een verkoelend briesje. Er mogen geen auto's komen, alleen handkarren om de producten op het eiland te vervoeren en elektrisch aangedreven golfkarretjes voor de toeristen. Midden op het eiland kun je door tunnels lopen die omstreeks 1950 in de bergen zijn uitgehakt, toen de militaire dreiging met Taiwan ernstige vormen aannam.
Xiamen Eiland Tunnel

We bezoeken een mooie fototentoonstelling en zijn er de enigste bezoekers. Een fototentoonstelling is niet aan een Chinees besteedt, hoewel volgens onze inschatting de Chinezen de meeste foto's maken en niet alleen omdat ze met zovelen zijn. Maar alleen een gebouw of landschap zullen ze nooit op de foto zetten. Altijd moet de eigen familie prominent in beeld, liefst met 2 vingers gespreid omhoog (Peace ?!). Ik heb dan ook maar eens een Chinese meneer gevraagd waarom er altijd iemand bij op moest. Het antwoordt was: "Memories". Dat weten we dan ook weer, ze komen met heel veel memories thuis, en dat meestal dankzij hun mobieltje. Veel Chinese bezoekers aan het eiland komen van het platteland en een blank gezicht doet de hoofden van bezoekende plattelanders omdraaien. Regelmatig worden we gevraagd of we met één van hen op de foto willen. En daarna met de ander en daarna met weer een ander en daarna .......... enz. En tenslotte met de hele groep. Een enkele keer draaien wij het om en zetten een paar Chinezen op de foto, komen wij ook met een paar memories thuis.
Xiamen Eiland mensen op foto

Als afsluiting van de dag bezoeken we het zeeaquarium met prachtig grote vissen, haaien, zeerobben, twee zielige kleine pinguïns op een betonstrand en een dolfijnenshow. Sensationeel is de grote buis van glas door het aquarium, die geheel omgeven is door water. Je kunt er doorheen lopen of op een lopende band gaan staan en ziet de haaien, roggen en felgekleurde tropische vissen vlak voor je ogen voorbij zwemmen. Het is alsof je zelf in het water zwemt, maar zonder een nat pak te krijgen ! (zie www.xmuww.com.cn).

We willen morgen weer verder reizen in noordelijke richting naar Jingdezhen, een behoorlijke afstand. We kunnen per vliegtuig en dat kost 75 Euro, maar we verkiezen de gezelligheid van de trein voor 13 Euro, beter gezegd we kiezen we voor onze portemonnee. Om zeker te zijn van een plaats gaan we vanavond naar het treinstation om alvast een kaartje te kopen. De hele hal staat vol mensen die allemaal voor de loketten staan te wachten en dat om 20.30 uur. Bij elk van de 4 loketten staat een rij van 50 meter lengte. De schrik slaat ons om het hart, dat wordt lang wachten, want er zit geen enkel tempo in. Voordat we achter aansluiten vragen we voor de zekerheid maar even aan iemand waar wij kaartjes naar Jingdezhen kunnen krijgen. Wij worden verwezen naar een eind verderop in de hal, waar ook 4 loketten open zijn en "slechts" 4 rijen van ca. 25 meter voor staan. Gelukkig hebben we vanavond alle tijd en hoeven nu geen trein te halen en sluiten achter aan in een rij. We staan in een rij waar alles redelijk vlot verloopt en hebben na ruim een half uur ons gewenste kaartje en kunnen dus gerust zijn dat we morgen kunnen vertrekken. In één van de andere rijen wordt flink gescholden en op de glaswand van het loket geslagen. Hierop sluit de lokettiste het loket. Er wordt nu nog meer op het glas gebonkt, maar de hele rij kan afdruipen. Het waarom van het tumult is ons niet duidelijk en alleen wij kijken er van op. Dit is China, een land waar we nog steeds weinig van begrijpen.

Ook China;
vanmorgen op de boot naar het eiland zijn de de laatste passagiers nog niet van boord of de wachtende meute stormt de boot al op. De laatsten moeten vechtend via een smalle trap door de duwende meute alsnog van boord zien de komen.

Ook China;
in ons hotel komen we met de lift aan op de begane grond. Voor de lift staat een hele groep wachtenden die, zodra de liftdeuren open gaan meteen naar binnen stormen. Wij moeten ons er door vechten om er alsnog uit te komen. gelukkig zijn we sterk genoeg en delen een paar flinke porren uit. En maar blijven lachen die Chinezen.
Waar alles wel netjes en ordelijk verloopt en men keurig in de rij blijft wachten is Hongkong, de voormalige Britse Kolonie en dus Brits opgevoed, maar hoe lang zal dat nog zo blijven ?

DAG 14 (14 mei) van Xiamen naar Jingdezhen

Vanmorgen lopen we nog even over de markt vlakbij het hotel. Vooral veel vis, waarvan we een aantal soorten gisteren in het zeeaquarium zagen zwemmen en nu hier in kleine teiltjes en bakken zien spartelen. O.a. tonijn, murenes, haaitjes, zeeslangen en zelfs de steenvis liggen hier hun laatste lucht door de kieuwen te persen voordat ze op tafel komen.

Route Xiamen-JindezhenVroeg in de middag nemen we een taxi naar het treinstation waar weer even lange rijen voor de loketten staan als gisteravond. Maar wij kunnen gelukkig gelijk door naar de trein, die precies om 14.37 uur vertrekt.
We denken dat de trein om ongeveer 9 uur vanavond in Jingdezhen zal zijn, maar vragen dit voor de zekerheid maar even aan onze mede passagiers. Ze bevestigen dat de trein inderdaad om 9 uur aankomt, maar niet vanavond 9 uur, proberen ze ons duidelijk te maken, maar morgenvroeg 9 uur ! Het duurt even voordat dit tot ons doordringt. We kijken elkaar eens aan en beginnen te lachen, wat een blunder van ons. Op de treintickets konden we alleen het getal 9 lezen en veronderstelden dat we dus om 9 uur vanavond aan zouden komen in Jingdezhen, maar we hebben ons weer eens verkeken op de enorme afstanden in China. Maar we kunnen de humor er wel van inzien en het voordeel is dat we vanavond geen hotel meer te hoeven te zoeken en de hotelkosten uitsparen. Dat maakt deze treinrit wel erg goedkoop, 18 of 19 uur treinen voor 13 euro p.p., incl treinhotel. We komen de tijd wel door en hebben voldoende eten en drinken bij ons en in de trein is ook genoeg te krijgen.
We hebben de onderste van de drie boven elkaar gelegen bedden, maar ruilen deze voor de twee middelste bedden met een jong stel met een kleine baby. Hebben zij meer ruimte en kunnen de baby ook beter verzorgen op het onderste bed. Zo zijn we dan ook weer. Het nadeel van een bed beneden is ook dat iedereen er op gaat zitten en je dus het bed niet voor jou alleen hebt, tenzij je er de hele tijd op gaat liggen.
Trein Xiamen-Jindezhen

De slaaptrein van Xiamen naar Jingdezhen

DAG 15 (15 mei) Jingdezhen

Na een treinrit van zo'n 19 uur komen we om 10 uur smorgens aan in Jingdezhen. Dat Jingdezhen een porseleinstad is merken we al als we uit de trein stappen en zien dat de straatlantaarnpalen met fraai beschilderd porselein omhuld zijn. Dat hebben we in Makkum of Delft nog niet gezien.
Jingdezhen Lantaarnpaal

We hebben redelijk geslapen op de smalle treinbedjes en voelen ons nog behoorlijk fit, maar zijn toch wel blij dat we er eindelijk zijn. We hebben wel een luxe kamer verdient en vinden die in het Wen Yuan Business Hotel vlak bij het station. Na een heerlijke douche en schone kleren gaan we de stad in op zoek naar een ontbijtje, want dat hebben we in de trein nog niet gehad. In de Wall Mart kopen we lekkere broodjes, yoghurt, cakejes en heerlijk belegde stokbroodjes. Terug in het hotel vallen we beide vrijwel onmiddellijk in slaap. Toch wel wat slaapgebrek dus en vermoeid van de lange treinreis.


Wie porselein zegt, zegt China en Jingdezhen is dé keramiek stad van China. Al 800 jaar geleden begonnen ze hier porselein te maken. Bekend in Nederland is de vondst van porselein uit het scheepswrak de Geldermalsen. Het schip de Geldermalsen leed schipbreuk in 1752 met aan boord een enorme lading Chinees porselein voor Nederland.
Het porselein was na 233 jaar nog intact. De thee, die door het zeewater was gaan uitzetten, had het porselein met een beschermende laag omhuld. De ironie wil dat de kisten met porselein oorspronkelijk bedoeld waren als bescherming van de thee; zij moesten verhinderen dat lekwater de kostbare thee waardeloos zou maken. Het porselein was slechts een bijzaak voor de V.O.C. De lading Chinees porselein die werd geborgen bestond uit ruim 160 duizend voorwerpen in de kleuren blauw en wit. Onder het porselein bevonden zich 40.000 theekommen, schotels, juskommen, botervloten, zoutvaatjes, beeldjes, heren- en kinderpo's, kwispeldoors en bierpullen. Er bevonden zich ook complete eetserviezen in de lading, waarvan sommige zelfs geschikt waren voor een maaltijd met 144 personen.
Een deel van de geborgen lading van de Geldermalsen werd in 1986 bij het veilinghuis Cristies's geveild. De 160.000 stuks porselein, het goud en de diverse gebruiksvoorwerpen brachten ruim 37 miljoen gulden op. Enkele belangrijke stukken 'Geldermalsen porselein' zijn aan het Groninger Museum geschonken.

Jingdezen is een stad met ruim 300.000 miljoen inwoners, die volledig draait om porselein.Maar zo florissant gaat het hier toch niet, fabriek na fabriek gaat hier failliet. Veel mensen komen in de bouwsector terecht, want op de plaats van de fabrieken worden winkelcentra en luxe flats gebouwd. Flat na flat neemt Jingdezhen over, maar voor veel veel mensen zijn ze onbetaalbaar ! Het is een bizarre situatie: de regering verschaft enerzijds werk voor de mensen, terwijl de lege flats langzaam een spookachtige sfeer creëren. Waarom al die energie in flats stoppen, terwijl de porseleinindustrie extra steun nodig heeft ? Ook onderweg in de trein vielen de skeletten van onafgebouwde huizen op, het metselwerk was gereed, maar kozijnen zaten er nog niet in en dat dorp na dorp. Enige activiteit om het af te bouwen was er niet te bespeuren. Het hoe en waarom kunnen we alleen maar naar gissen, maar zet je wel aan het denken !

DAG 16 (16 mei) Jingdezhen - Keramiek museum en de oude stad

We bezoeken vanmorgen het keramiek museum. Hier is niet alleen de geschiedenis van het porselein uitgebeeld, maar worden ook demonstraties gegeven van de vervaardiging. Alle stadia van de traditionele porseleinproductie zijn in het museum te zien. Het was Marco Polo die in een Chinees reisverslag uit 1296 voor het eerst melding maakte van het porselein. Hij noemde het porcella, naar een weekdier met een witte schaal. Het belangrijkste productiecentrum was, vanaf de achtste eeuw, Jingdezhen. Hier waren de grondstoffen voor het maken van porselein voorhanden.



Als een goochelaar tovert de draaier een vaas uit een homp klei. Hij drukt z'n handen samen en trekt de natte klei omhoog van de draaischijf. Zijn handen werken als mallen die de vorm van de vaas sturen en begrenzen. Na tien minuten draaien staan er tien identieke vazen. Ze worden op een lange smalle plank gezet om te drogen.
Vooral het beschilderen van het porselein maakt op ons veel indruk, het is erg mooi en zeer gedetailleerd. De afbeelding die er op komt bepaalt voor een groot deel de waarde. Ook worden sommige vazen helemaal met de hand ingekerfd met patronen. Het duurt dagen voordat ze er één af hebben, erg indrukwekkend. Ze maken hier ook de hoogste porseleinen vazen van heel China, met een hoogte tot 4 meter.

Chinese keizers hebben zich lang door de porseleinmeesters van Jingdezhen laten bedienen. Keizerlijke ovens produceerden exclusief voor het hof, waarbij een strenge selectie werd gemaakt. De roep om perfectie ging zo ver dat tijdens de Ming periode uit honderd exemplaren slechts één product werd gekozen. De rest werd onverbiddelijk kapotgegooid omdat niemand behalve de keizer het servies met keizerlijk zegel mocht hanteren.



Later op de middag is het tijd om de extremen van de stad te gaan bekijken. Een stad die volledig draait om porselein. De straten staan vol traditioneel keramiek, vazen, borden en beschilderde beelden, waarbij blauw de boventoon voert. Van de meest luxe winkel in de hoofdstraat tot in de smalste steegjes, waar je in de modder moet zoeken of er iets voor je bij is, overal verkopen ze het. Generatie op generatie wordt de kennis overgebracht en werken families hard voor hun bestaan. 

Maar op een gegeven moment hebben we het wel gehad met alle porselein en zoeken de achterafstraatjes waar de mensen nog in hele kleine huisjes wonen, tussen de hoge flats, die steeds meer van deze straatjes verdringen. Hier tref je nog een stukje van het oude China. Voor ons altijd nog het boeiendst hier rond te dwalen en te zien hoe de mensen wonen en leven. De mensen kijken vol verbazing als ze ons hier zien, maar zijn altijd vriendelijk. Vooral doordat we maar met z'n 2-en zijn vormen we nooit een bedreiging en zijn welkom. Wel verbazen ze zich erover dat wij het de moeite waard vinden hun oude huisjes op de foto te zetten of een onderbroek. Maar Jopie Huisman zou dat zeker begrepen hebben.
                                                Achterafstraatje in Jingdezhen

Jingdezhen onderbroek
Deze onderbroek (maat onbekend) is zeker geen vervalste merkkleding, waar China toch om bekend staat.

DAG 17 (17 mei) van Jingdezhen naar Wuyuan

Vanmorgen eerst ons Chinees ontbijt nuttigen in het hotel. Een lopend buffet, maar verwacht daarbij geen brood, kaas, vleeswaren, yoghurt enz. en ook geen koffie of thee. Hier is het nasi, bami met rode pepers, rijstepap, eieren, kikkererwten, noedels, koude zoetzure groentes, gestoomde broodjes met verschillende vullingenen diverse deegwaren in olie gebakken en die een beetje naar oliebollen smaken. Als drinken is er melk en warme ranja te krijgen en verder ook nog schijfjes sinaasappel. Genoeg keus om de dag mee te beginnen. Alleen de rochelende Chinezen aan het ontbijt zal nooit wennen. Chinezen geloven dat slijm slecht voor je gezondheid is en je het dus kwijt moet. Maar om de rochelproductie nu op de marmeren vloer van de eetzaal uiteen te laten spatten, de vloer is al glad genoeg van alle vet. En natuurlijk moet je tijdens het ontbijt ook druk telefoneren en de ene sigaret na de andere opsteken. We blijven dan ook maar niet nazitten.
Overigens zie je wel steeds meer stickers met rookverboden, maar dat betekent niet dat er niet gerookt wordt. Voor veel Chinese mannen is roken een teken van mannelijkheid en een echte man laat zich niet door een '''Verboden te Roken'' sticker afschrikken. Aangezien er te weinig controle op het rookverbod is helpen wij de Chinese overheid hier zo nu en dan nog wel eens bij. Gisteren moesten we in de lift nog iemand corrigeren met ons Hollands vingertje gericht naar de sticker. De man wist niet hoe snel hij de sigaret moest doven en lachte ons verzoenend toe. Ja, wij maken ons hier wel populair.

Vandaag is het maandag, weer aan het werk dus. We gaan met de bus naar Wuyuan, oostelijk van Jingdezhen en de kortste etappe tot nog toe. Het is slechts 2 uur rijden in een mooie touringcar en bijna voor ons alleen. Slechts 3 medepassagiers, waarvan 1 ons steeds doet opschrikken van de geluiden die hij maakt als hij moet gapen, het is alsof hij een hartaanval krijgt. Zijn vrouw is er blijkbaar wel aan gewend, want die slaapt rustig door. We draaien al vlot de tolweg op, waar vrijwel geen verkeer is en rijden door een mooi groen heuvelachtig landschap met zo nu en dan een brede rivier en een stuwmeertje en dorpjes met mooie witte huisjes. Op de heuvels veel theeplantages.
Tot onze verbazing zijn we na een uur rijden al bij het busstation ten noorden van Wuyuan. Hier staat al een ontvangstcomité van zo'n 15 man ons te verwelkomen. Allemaal spreken ze ons gelijktijdig aan, hoewel ze elk iets anders te vertellen hebben. Dat wij ze niet verstaan dringt niet eens tot ze door, elk wil die Hollandse buit binnenhalen. De één wil ons op de brommer naar een hotel te brengen, een ander wil ons in zijn auto naar een ander hotel brengen en een derde heeft een minibus beschikbaar. Weer iemand anders wil grotere zaken doen en houdt een kaart met bezienswaardigheden van de omgeving voor onze neus, om een tour in de omgeving aan te smeren. En zo prijst ieder het zijne aan, terwijl ze om ons heen staan te springen. Zonder een beetje reiservaring waren we gillend weggerend, maar we weten dat je in zo'n situatie nooit moet stoppen of iemand iets moet gaan vragen, want dan heb je ze allemaal op de nek. Doorlopen is het devies en zo zie je 2 backpackers over een verder leeg busstation lopen met een schare Chinezen achter zich aan. In de verte zien we een taxi staan en daar lopen we in rechte lijn naar toe. Snel de rugzakken achterin en wegwezen. Nu is er voldoende tijd om netjes naar de achtergebleven horde te zwaaien en vriendelijk te lachen. Daar gaat hun vette worst, wat een teleurstelling moet dat zijn.
Vervolgens onder het rijden onmiddellijk onderhandelen over de prijs met de taxichauffeur, want daarmee moet je niet wachten tot je er bent, want dan betaal altijd te veel. Met een grapje gaat er al snel wat van de prijs af en wat is er mooier dan als taxichauffeur te kunnen vertellen dat jij die langneuzen in je taxi had, terwijl die andere gasten het nakijken hadden.

s Avonds gaan we eten in een klein eethuisje vlak bij ons hotel. Het eten is heerlijk, zoals al de hele vakantie. Dit jaar is niet de meest spectaculaire reis die we in China maken, maar wel de reis met het lekkerste eten. Elke keer is het weer een verrassing wat je krijgt, maar vrijwel altijd een aangename.
Als we af willen rekenen komt de grootste verrassing, het personeel maakt ons duidelijk dat ons eten al betaald is door iemand anders die al weg is gegaan. Daar staan we dan met de portemonnee in de hand en we kijken elkaar wat schaapachtig aan, wat moeten we hier nu mee. We kunnen niks anders dan het accepteren. De man die het eten van ons betaald heeft zat met een groepje vrienden aan het tafeltje naast ons te eten en we hebben even met ze geproost. Door de taalbarrière konden we verder geen woord met ze wisselen. Bij het weggaan zei de man wel dat hij ons eten had betaald, maar we wisten niet of we dat wel goed begrepen en geloofden het ook niet. Of hij het nu deed uit vriendelijkheid, stoerheid of gewoon een beetje aangeschoten was, we weten het niet, maar nogmaals het eten was heerlijk.
Chinees vuurwerk is spectaculair, maar Chinees onweer ook. Wij worden snachts wakker van zware donderslagen, lichtflitsen en enorme hoosbuien, die een groot deel van de nacht aanhouden. Gisteren zijn in deze regio op verschillende plaatsen in totaal 61 mensen om het leven gekomen door het noodweer, vooral door modderlawines die van de bergen kwamen. Wij hebben toen vrijwel geen regen gehad en niets gemerkt van het noodweer, maar nu des te meer. Het slechte heeft de kakkerlakken blijkbaar ook wakker geschut, want die lopen zo nu en dan door de kamer. 

DAG 18 (18 mei) Wuyuan en Likeng

Wuyuan is zowel de naam van de stad als van de omgeving en wordt door de overheid bestempeld als het mooiste platteland van China. Nu heeft bijna elke Chinese plaats wel een "Best off" titel. Wij geven in ieder geval ons hotel in Wuyuan de titel hotel met het smalste WC papier van China, met een breedte van ca 5 cm. Helaas gaat ook de titel "dunste WC papier van China" naar hetzelfde hotel. Hotels die nog smaller WC papier hebben kunnen zich bij ons melden. Aanmeldingen van nog dunner papier worden evenwel niet op prijs gesteld.

Vanmorgen evenals de afgelopen nacht nog steeds hevige regenbuien. Tegen de middag wordt het droog en nemen we een taxi naar Likeng, een dorpje 15 km noordelijk van Wuyuan. Onderweg zien we overal ondergelopen land en rivieren die buiten hun oevers zijn getreden. De eens zo mooi bewerkte akkertjes van de boeren staan volledig blank en ook de laagstgelegen theestruiken van de theeplantages staan in het water. Voor onze taxichauffeur is dit ook geen normale situatie gezien zijn kreten en gebaren over het hoge water.

Liteng-dorpsstraat
Likeng is één van de witte dorpjes rondom Wuyuan, d.w.z. dat alle huizen wit bepleisterd zijn en waarvan de oude architectuur nog vrijwel geheel in tact is. Het is nog zoals het er een paar honderd jaar geleden uitzag, maar het staat sinds kort op de toeristische kaart en wordt vooral door Chinese toeristen bezocht. Er moet entreegeld betaalt worden om het dorp in te kunnen. Geen goed voorteken, want dat betekent massatoerisme en in China dus een grote massa toeristen die achter een gids aanlopen die een vlag omhoog houdt, door een microfoon schettert en waar de groep als eenden achteraan waggelt.
Liteng-Achter de gids aan
Gelukkig zijn er niet al te veel toeristen met dit weer en ook de vele souvenirstalletjes bij de ingang zijn onbezet. Waar slecht weer al niet goed voor is. Wel worden we besprongen door vrouwen die op het slechte weer inspelen door ons paraplu's, regencapes, plastic slippers en zelfs laarzen willen verkopen.

Ook hier geldt dat Chinezen kuddedieren zijn, want als we even buiten de normale route gaan is het al rustig en kunnen we genieten van het pittoreske dorp en zijn bewoners. Het smalle riviertje dat door het dorp stroomt is vandaag een brede snelstromende rivier. Normaal kunnen de toeristen met een bamboevlot een stukje door het dorp varen, maar nu zijn de bewoners druk bezig de bamboevlotten weer te verzamelen. Blijkbaar zijn de vlotten er vannacht alleen vandoor gegaan.

Als we naar de hoofdweg terug lopen om met de bus terug te gaan naar Wuyuan worden we aangesproken door een Chinees meisje dat ook op de bus staat te wachten. Ze vraagt of ze haar Engels mag oefenen door met ons te praten. Ze vertelt dat ze gids is en toeristen rond leidt door Likeng. Ook zo'n vlaggetjesdrager dus met een schetterende microfoon. Ze vertelt dat ze gisteren een groep Canadezen heeft gehad. Wij schatten in dat die niet veel van haar verhaal begrepen zullen hebben, want haar Engels is van een heel slecht en onverstaanbaar niveau. Wat we haar ook vragen, vrijwel nergens weet ze een antwoordt op te geven omdat ze het niet begrijpt. Het is een moeizame conversatie waarbij we vaak via creatieve omwegen duidelijk proberen te maken wat de vraag is. Gelukkig weet ze wel flink wat van de prijs van de minibus naar Wuyuan af te dingen.

DAG 19 (19 mei) van Wuyuan naar Tunxi

Vandaag trekken we weer verder met als einddoel het bergdorpje Tunxi. We vertrekken om 8.30 uur voor een rit van 3 uur. We rijden eerst nog langs een aantal "witte dorpjes" voordat we de bergen intrekken. Langs smalle wegen kronkelen we omhoog langs de beboste berghellingen, afgewisseld met kleine rijstveldjes en vooral theestruiken, een prachtige streek. Dit gebied is voor 85 procent met bomen bedekt, een ongekend hoog percentage voor het dichtbevolkte China, waar altijd elk plekje benut wordt voor bebouwing en verbouw van voedsel.
In Tunxi nemen we onze intrek in het Hua Xi Hotel. Vanuit onze kamer op de achtste verdieping hebben we een mooi uitzicht op een deel van de stad en de door het hoge water extra brede Xin-rivier. Tunxi is een stadje met fraai gerestaureerde traditionele huizen, vooral in de autovrije Old Street. Hier zijn op de benedenverdieping huis aan huis leuke winkeltjes in ondergebracht.
Tunxi-hutonghuisjes
Maar na een tijdje slenteren door deze straatjes belanden we in een heel klein Hutongwijkje. Hier wonen de mensen heel dicht op elkaar in onvoorstelbaar kleine huisjes. Een bewoonster maakt ons duidelijk dat de kwaliteit van de huisjes niet al te best is. Toch is alles er brandschoon in de smalle straatjes, dit zal zeker te maken hebben met de onderlinge sociale controle. We hebben diep respect voor de wijze waarop deze mensen hier moeten wonen en verbazen ons telkens weer hoe gastvrij ze zijn tegenover die vreemde snuiters die hun wijkje binnendringen. De bewoners op hun beurt verwonderen zich erover dat wij belangstelling hebben voor de wijze waarop men hier leeft.

Op straat treffen we een man aan die languit op het fietspad ligt te slapen met de trottoirband als hard kussen. Aan de spullen op zijn fiets te zien kon hij wel voor een wereldreiziger doorgaan, maar waarschijnlijk alleen in zijn dromen.

DAG 20 (20 mei) Tunxi - naar Shexian en Chengkan


Wat kost dat nou allemaal in China, geachte backpackers ?


Het plan was om vanmorgen met het openbaar vervoer naar het 25 km oostelijk van Tunxi gelegen stadje Shexian te gaan. Maar dan moesten we 3 keer overstappen, een hele uitzoekerij en dan ook nog maar afwachten hoe het met de aansluitingen zit. Daarom maar een taxi genomen, die ons er voor omgerekend 6 euro naar toe brengt. De taxichauffeur wil in Shexian wel wachten tot we er uitgekeken zijn en ons daarna verder vervoeren. Voor een hele dag vervoer vraagt hij 20 euro, maar we hebben we geen belangstelling, juist omdat hij zo aandringt. We worden uitgezet bij een tempelcomplex, de entreeprijs voor bezichtiging van de tempel is 8 euro per persoon, een absurd bedrag in onze ogen, Voor de gemiddelde Chinees moet dat een kapitaal zijn, maar ook ons is dat veel te gortig, we hebben tempels genoeg gezien.

We lopen de brug over naar de andere kant van de rivier waar ook een deel van de stad ligt. In een stil straatje lopen we langs een gehandicapte man die in een soort laag bed op wieltje ligt samen met zijn zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapte dochtertje. Allebei zo vies en het kind onder de luizen, zo triest. Je gevoelens springen heen en weer van medelijden tot verontwaardiging. Een hoop vragen komen bij ons boven. Is de familie mogelijk heel arm en worden ze hier wellicht elke dag heen gezet om wat geld te verdienen ? Maar het is hier geen druk punt en ze bedelen ook niet. Op onze reizen hebben we altijd wat kleine speelgoedjes bij ons om zo hier en daar eens iets weg te geven. Het meisje geven we dan ook een simpel speelgoedje. Je ziet haar blijde gezicht en weet meteen dat ze nooit iets krijgt, de man geven we wat geld. In een kraampje er vlakbij ziet een man het van een afstandje aan en lacht naar ons en steekt de duim omhoog. Waarom staat het China van 2010 dit nog toe, een land waar inmiddels zoveel rijke mensen wonen. Of zit het heel anders in elkaar ?


We komen in het oude centrum van Shexian, waar we stuiten op een kaartjesverkoopster die iedereen door laat, behalve ons. Maar dan is ze aan het verkeerde adres, zo laten we ons als buitenlanders niet discrimineren. Hoe ze ook roept, we lopen gewoon door met de rest van de meute en komen in een autovrij voetgangersgebied met allemaal winkels. Ze denkt toch niet dat we daar voor gaan betalen.

Even verderop komen we bij verschillende fraaie 17e eeuwse handelshuizen die te bezichtigen zijn en waar we graag gebruik van maken. Nu snappen we dat we daar dus kaartjes voor moesten kopen! Maar wij hebben al geld gegeven aan een paar andere inwoners van Shexian en voelen ons dan ook niet bezwaard als we zonder te betalen de fraaie herenhuizen bezichtigen. Komen de inkomsten van het toerisme toch nog op de goede plaats terecht.

Inmiddels is het al 13 uur en krijgen we best trek, maar we zijn al zover afgedwaald van het centrum dat het moeilijk is een eetgelegenheid te vinden. Wel zien we kleine smoezelige eetstalletjes, maar daar zitten helemaal geen mensen te eten. Dat is ons te riskant, hoewel dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Even verderop komen we bij een stalletje waar ze rijst met groenten en vlees in bakjes verkopen en dat er netjes uitziet. We wijzen in de pannen aan wat we aan vlees en groenten willen hebben. Ze hebben ook nog een zitje naast de zaak en voorzichtig schaatsend over de vette vloer kunnen we plaatsnemen aan een goed klevend tafeltje in afwachting van het eten. Ondertussen krijgen we. zonder het besteld te hebben een heerlijk visbouilon-soepje aangeboden van zeewier met rode pepers. Ook de bestelde chinese nasi (gebakken rijst met groenten en stukjes vlees) smaakt heerlijk. En wat kost dat ? 1 euro voor 2 personen ! Niet allemaal nu onmiddellijk deze kant op komen, dit hebben wij ook niet eerder meegemaakt.

We hebben het wel gezien in Shexian en willen nu naar Chengkan, een dorpje waar we mooie foto's van gezien hebben. De taxichauffeurs vragen allemaal ongeveer 5 euro en zakken na wat onderhandelen naar 4 euro. We zien dat ze heel weinig ritten hebben zo tussen de middag en wachten even rustig. We hebben wel even tijd en willen proberen er voor 3 euro te komen. Na een paar minuten komt er al één die na enige discussie voor die prijs wil doen. Zo rijden we door een mooie omgeving met de arm uit het raampje en de stoel in de achterste stand naar Chengkan.
Chengkan, mooi gerestaureerd, maar weinig sfeer
In Chengkan hebben ze ons te pakken, want de entreeprijs is 8 euro p.p., een belachelijk hoog bedrag, zeker in China en er is geen mogelijkheid om zonder te betalen door te lopen, dokken dus. Overigens zie je overal in deze omgeving dat je moet betalen voor deze gerestaureerde oude dorpen. Hier wil men het opkomende Chinese toerisme naar toe hebben. Je loopt in een soort museumdorp, dat keurig gerestaureerd is, maar waar elke sfeer ontbreekt doordat er niet meer geleefd wordt in zo'n dorp. Prachtige huizen, maar niet eens ingericht met meubilair e.d. Chinezen vinden dat blijkbaar niet erg, wij des te meer.

Gelukkig is achter het museumdorp het gewone dorp met zijn mestbulten, oude vrouwtjes die een praatje met elkaar maken en koeien die verkoeling zoeken in de rivier. We gaan even lekker zitten bij het bruggetje over de rivier midden in het dorp. Ook even verkoeling zoeken door lekker met de blote voeten in het water te zitten. Dat duurt niet lang, wat er komt een mevrouw die gebaart dat we beter even aan de kant kunnen gaan, want ze gaat de mooie houten poepton uitspoelen. Even later komt er iemand de houten pispot omspoelen. Dat maak je in een museumdorp niet mee.



Als we aan het eind van de middag terug willen naar Tunxi staat de taxi die ons gebracht heeft er nog steeds te wachten op klanten. Hij zal wel denken dat wij weer mee gaan, want veel mogelijkheden om hier weg te komen zijn er niet. Maar wij willen met de plaatselijke bus terug. Het is een klein oud rammelbusje, die om 15.45 uur zal vertrekken, dat is al over 10 minuten. Maar tijd is een rekbaar begrip en om de tijd door te komen leer ik de vrolijke conductrice in het Engels tot tien tellen, tot vermaak van de overige vier wachtenden. A. heeft al een klein vriendinnetje als gesprekspartner gevonden.
Een half uur later dan gedacht hobbelen we gezellig voor 35 eurocent per persoon naar het eindpunt van het busje. Hier staat een nog ouder type klaar met houten stoeltjes, die ons voor 10 eurocent weer een eindje verder brengt.

We moeten weer overstappen op een andere bus maar hoeven ons daar geen zorgen over te maken, ze brengen ons netjes naar de overstapplaats voor het laatste stuk. Dat kost 40 eurocent p.p. naar het busstation in Tunxi. Vandaar met een taxi terug naar het hotel kost 80 eurocent, maar omdat deze taxichauffeur een voetbalfan is en de namen weet van Gullit, Van Basten, van der Sar en Sneijder geven we hem maar liefst 20 eurocent fooi.

s-Avonds eten we bovengemiddeld duur voor totaal 14 euro en zonder een pilsje erbij. Er is nl. alleen bier op kamertemperatuur te krijgen en daar hebben we op deze warme dag geen trek in. Niemand snapt waarom die vreemdelingen dat bier te warm vinden. Wel hebben we life-muziek bij het eten in de vorm van een kwakend kikkerkoor dat in een netje in de hoek van het restaurant op een hongerige klant ligt te wachten.

DAG 21 (21 mei) TUNXI

Tunxi - uitzicht over de rivier

Vandaag even een rust(ige) dag tussendoor. Een beetje bijkomen van de vele activiteiten van de laatste dagen en de accu opladen voor het laatste gedeelte van de reis. Klaar maken voor de miljoenensteden Hangzhou met 4,5 miljoen inwoners en Shanghai met ruim 15 miljoen inwoners die nu op het programma staan. Vanmorgen lopen we de 4 km naar het busstation om alvast kaartjes te kopen voor de bus morgen naar Hangzhou. Het is enorm vochtig weer en we zweten behoorlijk als we er zijn. Terug kiezen we daarom maar voor een taxi. De bergen waar we vanuit de hotelkamer tot nu toe steeds een mooi zicht op hadden laten zich de hele dag niet zien.


Even bij de bakker aan om een lekker broodje te kopen en een heerlijk gebakje voor bij de koffie. Gelukkig voor de lijn dat we niet eerder ontdekt hebben dat die gebakjes hier zo lekker zijn. En omdat we vandaag toch ruig doen sluiten we savonds af met een patatje en een ijsje na bij de KFC. Verwonderd kijken we naar het meisje dat aan een tafeltje naast ons een kipnugget en frietjes zit te eten. Ze heeft een plasic weggooihandschoen om haar ene hand, zodat ze niet met haar hand aan het eten zit. Wie zei ook al weer dat Chinezen het niet zo nauw nemen met de hygiëne.

DAG 22 (22 mei) van Tunxi naar Hangzhou

Vandaag reizen we naar Hangzhou, het paradijs op aarde of zoals Marco Polo het omschreef "de Hemelse stad". Polo noemde Hangzhou de mooiste en rijkste stad op aarde met fascinerende markten, plezierboten en prostituees (ook een soort plezierbootjes dus). De Chinezen zeggen "Boven is de hemel, hier hebben we Hangzhou". De stad is dan ook erg in trek bij Chinese toeristen, vooral vanwege het beroemde Westmeer, dat door veel Chinese dichters is beschreven en door schilders op het doek is vastgelegd.
Hangzhou is een stad met een rijke geschiedenis en cultuur, die al zo'n 2000 jaar oud is. Na de aanleg van het Grote kanaal (tijdens de Sui-dynastie 581-618 n.Chr.), kwam de stad pas echt goed tot ontwikkeling. Het is met een lengte van 1794 km het langste kanaal dat door mensen is gegraven en verbindt de steden Hangzhou en Beijing met elkaar. Hangzhou staat bekend om de zijde industrie, die zich hier rond de 7e eeuw vestigde en is een belangrijk handelscentrum.

De bus naar het paradijs vertrekt vanuit Tunxi om 10 uur en gaat grotendeels over een aardse autosnelweg, zoals er zoveel zijn en de aarde er niet altijd mooier op maken. Maar de weg voert wel door een mooie bergachtige omgeving en het schiet ook lekker op, binnen 3 uur hebben we de afstand van ruim 200 km afgelegd. In de buitenwijken van Hangzhou zien we, zoals ook overal elders in China, de enorme hoeveelheid hoogbouw die net klaar is of waar nog druk aan gebouwd wordt. Van een credietcrisis is hier niets te zien. Met een taxi gaan we van het busstation, dat aan de buitenkant van de stad ligt, naar de binnenstad. En het moet gezegd, vanuit de taxi kunnen we al zien dat het de groenste stad in China is waar we tot nu toe geweest zijn. Hier zien we ook al de grote aantallen bussen met Chinese toeristen die op het paradijs af komen en merken we dat het verkeer er slechts stapsvoets gaat door de grote drukte. Zou Marco Polo nog zo lyrisch geweest zijn over Hangzhou als hij nu bij ons in de taxi zat ?

De hotelprijzen liggen hier heel wat hoger dan de plaatsen waar we de afgelopen tijd vertoefden, maar met wat zoeken vinden we het Hangzhou Huan Hu Hotel, een redelijk geprijsd hotel, mooi centraal gelegen in de binnenstad en vlak bij het Westmeer. Het meer wordt omringd door een zachtglooiend bosrijk landschap met op de oevers rondom talrijke tempeltjes, paviljoens en pagodes. Ook wordt er druk gebruik gemaakt van de rondvaartbootjes die naar de eilandjes in het meer varen.

    Hangzhou - het Westmeer

DAG 23 (23 mei) Hangzhou

Hangzhou is een echte fietsstad, op elke straathoek zijn fietsen te huur en fietsen is een belevenis in deze drukke stad. Kriskras laveren we op de gehuurde felgekleurde vouwfietsen door het chaotische verkeer. Regels zijn er niet, behalve dat je elkaar niet mag raken en dus kunt je weinig fout doen. Wel respect tonen voor de sterkere verkeersdeelnemers, want een auto zal jou echt niet voor laten gaan en een taxi al helemaal niet, om maar te zwijgen van de bussen. En oppassen geen krassen te maken op een geparkeerde Ferrari. Ook de voetpaden schakelen we regelmatig in om ons doel te bereiken, voetgangers zullen daar niet over klagen en ze geven je ook nog de ruimte als ze dat kunnen.

Eerst fietsen we naar het treinstation om alvast kaartjes naar Shanghai te kopen voor de reis morgen. In de stationshal is het een enorme drukte, 30 loketten op een rij en voor elk loket meer dan 30 mensen, totaal dus zo'n 1000 mensen die in de rij staan voor een kaartje. Toch gaat het nog redelijk vlot en worden we in het Engels te woord gestaan. Ook opvallend is dat niemand voor gaat dringen, dat hebben we wel eens anders mee gemaakt in China. Wat gaan de veranderingen dan toch snel, zullen we maar zeggen.


We fietsen rond het Westmeer, de hoofdattractie van Hangzhou en de reden waarom de stad wereldberoemd is (binnen China). Het meer staat zelfs op de achterkant van de nieuwe 1 RMB biljetten. Er zijn verschillende West Lakes in China, maar deze zijn allemaal vernoemd naar het meer in Hangzhou. Het biedt voor de bewoners een prachtige gelegenheid om de stadsherrie te ontsnappen, maar ook busladingen Chinezen van elders komen er op af.


Het is mogelijk om het hele meer rond te fietsen (12-15 km) over veel bruggen en eilandjes en langs boeddhistische tempels en villa's waar vroeger rijke zijdehandelaren woonden. Geen idee wie er nu wonen, maar de huidige bewoners behoren zeker tot de nieuwe Chinese Upperclass, als we dat zo in schatten.

Aan de achterzijde van het meer zien we overal bruidspaartjes die met een fotosessie bezig zijn met op de achtergrond het meer, de prachtige tuinen die er aan grenzen en de vijvers vol met lotusbloemen. We snijden een stukje af door over een dijk te fietsen die dwars door het meer loopt en komen op het "eiland van de Eenzame heuvel". Hoe dit eiland aan zijn naam komt is ons een raadsel, want van fietsen komt hier weinig door de massa wandelaars die de dijk als wandelpromenade gebruiken.

Midden op dit eiland staat het Provinciale museum van Zhejiang, waar we even binnengaan om de zadelpijn even te vergeten. Aan de hand van allerlei voorwerpen, gevonden tijdens opgravingen, is de geschiedenis van de regio te zien. Er is een mooie collectie aardewerk, porselein, jade voorwerpen, hout, ivoor en muntstukken te zien en nog gratis toegang ook. Dat de meeste opschriften alleen in het Chinees zijn moeten we dan ook niet over zeuren.


Aan de kant van de stad ligt een park aan het meer, waar veel Chinese muziek ten gehore wordt gebracht. Vooral de Chinese opera is populair onder het talrijke publiek dat er op af komt. Maar dit soort muziek gaat ons incasseringsvermogen ver te boven. We zullen de vergelijking met kattengejammer niet maken uit respect voor andere culturen, maar blijven niet al te lang luisteren.




Hangzhou heeft ook een leuke, maar wel heel drukke avondmarkt, de China Silk City. Er is niet alleen zijde te vinden, maar ook alle soorten souvernirs die je maar kunt bedenken. En natuurlijk voor ons "A verry special price".
Maar we hebben het wel gezien en lopen terug naar het meer waar de fonteinen in het meer prachtig verlicht zijn, compleet met muziek.

DAG 24 (24 mei) van Hangzhou naar Shanghai

Another Day, Another Road.
Won't you carry my heavy load.
Can't you see, I'm on the move?
Another Town, Another Room.

Vandaag is het Pinkstermaandag, geen idee of de Chinezen er ooit van gehoord hebben, maar ze werken in ieder geval even hard door als altijd. Voor ons is het vandaag de laatste etappe in China, van Hangzhou naar Shanghai.
Ontbijten doen we op de hotelkamer, even koffie zetten en een paar lekkere broodjes van de bakker halen. Daarna uitchecken in één van de netste hotels die we gehad hebben deze reis. Vervolgens een taxi aanhouden en naar het gigantisch grote treinstation van Hangzhou. Hier moet de bagage eerst door de scan, zoals overal in China. Goed naar het treinnummer kijken, want dat is het enige wat we kunnen lezen. Zo komen we erachter dat we naar wachtkamer nummer 4 moeten, ook al zo'n grote ruimte, waar alle passagiers wachten tot ze het perron op mogen voor hun trein. Ook hier weer opletten, want Engelstalige informatie wordt niet gegeven. Na een tijdje horen we in het Chinees iets omgeroepen worden en zien grote groepen mensen naar voren lopen. Dat is het teken dat wij onze bagage ook moeten pakken om aan te sluiten in de rij die langs de kaartjescontrole gaat. Op het perron moeten we ons in rijen achter elkaar opstellen bij de plaats waar in ons geval treinstel 7 zal stoppen. Maar als de trein er aan komt blijft er niks van de mooie rij over en is het dringen geblazen, hoewel ieder een genummerde plaats heeft en verzekerd is van een zitplaats.

We reizen met een D-trein, een nieuwe moderne en snelle trein met ruime zitplaatsen, die je steeds meer in China ziet. We leggen de bijna 200 km af binnen 1,5 uur en komen om 13.30 uur aan op het South Railway Station. Eerst uitzoeken hoe we aan kaartjes komen en daarna uitzoeken welke metrolijn we moeten hebben. We moeten met lijn 1 tot People's Square Station en daar overstappen op lijn 2 tot East Nanjing Lu Station. Weer een kwestie van goed op de borden letten, maar de stations worden ook in het Engels omgeroepen. Het valt niet mee met een zware rugzak op de rug en een klein rugzakje in de hand te staan in de overvolle metro en dat bij 32 graden Celcius. Dit zijn de minder plezierige momenten voor een rugzaktoerist. Gelukkig kunnen we met de rugzak nog wel eens iemand een drukker geven om wat meer ruimte te maken, uiteraard zonder de minste opzet en een verontschuldigend lachje doet ook wonderen. Vanaf het metrostation is het nog een klein stukje met de taxi naar het Shijia Inn Hotel vlak achter de Bund. In Nederland hebben vooraf via internet reeds een kamer gereserveerd. We waren nl. bang dat gezien de drukte i.v.m. de WORLD EXPO in Shanghai het wel eens heel moeilijk zou kunnen worden een kamer te vinden voor een redelijke prijs. Toen we 2 jaar geleden in Shanghai waren hadden we moeite een kamer te vinden, dat willen we niet weer.
We zijn  eerder in deze buurt geweest, maar weten niet precies waar het hotel is. De vriendelijke taxichauffeur heeft er ook moeite mee, maar hij doet zijn uiterste best. Na een paar keer door dezelfde straat te zijn gereden en twee maal uitstappen om iemand de weg te vragen lukt het toch het hotel te vinden.
Nanjing Road, voetgangersgebied in Westerse stijl en de belangrijkste straat voor shop-aholics
We zitten hartje Shanghai, want wie Shanghai zegt, zegt de Bund en wie het over winkelen heeft gaat naar Nanjing Road, een zijstraat van de Bund. Ons hotel zit daar precies tussenin, een ideale uitvalbasis voor een aantal dagen Shanghai.
Het is savonds nog heerlijk 25 graden als we een kijkje in de grote winkelstraten in het centrum nemen. Het hele centrum krioelt van de mensen, wie hier gaat winkelen doet dat temidden van een koopkrachtige Chinese middenklasse.

Het is ook de plaats om te flaneren en elkaar op de foto te zetten. De grote winkels zijn tot 22 uur geopend en veel kleinere gaan pas dicht als er geen klanten meer op straat zijn. Dat is ver nadat de vele bussen met dagjesmensen Shanghai verlaten hebben om smorgens vroeg al weer open te zijn als nieuwe busladingen aankomen.

DAG 25 (25 mei) Shanghai - Wereldtentoonstelling

Van 1 mei tot en met 31 oktober vindt in Shanghai de Wereldtentoonstelling plaats. De World Expo, die sinds 1851 bestaat, is in termen van economische en culturele impact een van de belangrijkste evenementen ter wereld. Dit jaar nemen in totaal 192 landen en 50 internationale organisaties deel en naar verwachting zal de World Expo zo'n 70 miljoen particuliere en zakelijke bezoekers trekken. Het thema van de World Expo 2010 is 'Better City, Better Life', een thema dat is geïnspireerd op het gegeven dat in 2010 naar verwachting 55 procent van de wereldbevolking in een stad zal wonen. Met 'Better City, Better Life' daagt de organisatie de deelnemers uit om met ideeën te komen voor leefbare steden in de 21e eeuw.

Die leefbaarheid kan nog wel iets beter zo ondervinden we als we in de overvolle metro stappen. Er zijn 3 pogingen nodig om de deuren dicht te krijgen en als haringen in de ton rijden we onder Shanghai door.

    Uren wachten in de brandende zon
Als eerste gaan we naar het Chinese paviljoen, de grootste trekpleister van de hele EXPO. Maar als we achter in de lange rij aan willen sluiten mogen we niet verder. We moeten naast het gewone toegangskaartje ook nog een extra kaartje bijkopen om er in te kunnen, zo maken ze ons duidelijk. Die kaartjes moeten we dan weer op heel andere plaats kopen, waar blijft ons onduidelijk, maar in ieder geval een heel eind lopen. Dat en de lange rij wachtenden doet ons besluiten dan maar naar een ander paviljoen te gaan.

Het paviljoen van Saoudi Arabie ziet er van buiten heel indrukwekkend uit en moet heel interessant zijn zo hebben we gelezen. Dus daar maar naar toe. Maar hier staat een al even lange rij. Een controleur vertelt ons dat het 5 uur duurt voordat je binnen bent. Nu weten we niet of hij zomaar wat zegt of dat dit echt zo is, maar het is een onafzienbare rij, waar geen enkele beweging in zit. We kunnen bijna niet geloven dat al deze mensen het er voor over hebben om hier 5 uur in de brandende zon bij 33 graden te staan wachten om binnen te mogen. Ons niet gezien, in geen 500 jaar ! Het Duitse paviljoen is ook in trek, hier staan bordjes met tijden hoe lang je moet wachten. De rij begint bij het bordje 2 uur. Nein, so verruckt sind wir auch nicht. We lopen verder en de moed zinkt ons steeds meer in de schoenen, bij het Canadese paviljoen tellen we zelf globaal de lengte en komen naar schatting op zo'n 800 meter, in geen 800 jaar !

We balen nu echt, want we hadden ons veel voorgesteld van de Expo en het was een van de hoofdredenen om opnieuw naar China te gaan. Nog een geluk dat we niet voor drie dagen kaartjes hebben gekocht, wat eerst het plan was. We sloffen steeds moedelozer langs de verschillende paviljoens waar overal lange rijen staan en komen bij het Nederlandse paviljoen.
    Happy Street, het Nederlandse paviljoen
Op de website van het Nederlandse paviljoen staat o.a. dat deelname aan de World Expo 2010 Nederland een unieke kans biedt om de bekendheid van het Chinese bedrijfsleven en de Chinese bevolking met Nederlandse culturele, zakelijke en technologische successen en innovaties te vergroten en zo de basis voor economische en zakelijke samenwerking tussen het Nederlandse en het Chinese bedrijfsleven te versterken en tevens het toerisme vanuit China te bevorderen. Om bezoekers van de World Expo een zo breed en gevarieerd mogelijk beeld te geven van Nederlandse successen en innovaties op dit gebied heeft de Nederlandse overheid niet gekozen voor een klassiek paviljoen, maar voor een complete straat, Happy Street, naar een ontwerp van architect John Körmeling. In Happy Street heeft Körmeling - in aansluiting op het thema van de World Expo - zijn visie uitgewerkt op een ideale stad die op organische wijze ontstaat langs een handelsroute; een gebied waarin alle facetten van het leven naast elkaar aan bod komen. Dit als reactie op moderne stadsplanning waarin wonen, werken en industrie vaak in afgebakende gebieden bedreven worden.

Gelukkig hier geen rijen wachtenden. Het geeft te denken over de populariteit van het Nederlandse paviljoen en waar we ons wel iets bij voor kunnen stellen. Deels heeft het ook te maken met de lange looproute van 400 meter die zich in de vorm van een acht op en neer kronkelt. Aan de looproute staan een twintigtal gebouwtjes, waarin presentaties zijn gemaakt van Nederlandse kunst, technologie, design en wetenschap. Best wel een leuk idee, maar knullig is dat sommige dingen niet werken en van anderen totaal niet duidelijk is wat er mee bedoelt wordt. En als wij het al niet snappen, hoe denk je dan te bereiken dat er bij de Chinezen iets van blijft hangen. De stoel van Rietveld is weer van stal gehaald, maar waarom niet het werk van Rem Koolhaas promoten, die een van de meest besproken gebouwen van China heeft ontworpen. En naar het kunstwerk "Het is me wat" van schrijver en televisiemaker Wim T. Schippers, kijkt geen enkele Chinees. Meer succes heeft het huisje met daarin een foto van Maxima en de tiara die ze bij haar huwelijk droeg. Wie die mooie dame is zullen de meeste Chinezen wel niet weten, maar ze blijver er in ieder geval even bij kijken.

    Schaapjes tellen en een lekker dutje doen
Wat duidelijk wel in de smaak valt is het kunstgrasveld, dat op de begane grond is aangebracht en grotendeels in de schaduw ligt. Tussen de middag is het hele veld bezet met Chinezen die hier hun meegebrachte etenswaren nuttigen en daarna een lekker tukje doen. Chinezen kunnen overal slapen en de kunststof schapen zullen hier zeker ook van invloed op zijn. Het groene veld wordt onderbroken door blauwe strepen, welke slootjes moeten voorstellen, maar door het publiek als looppaden worden gebruikt.
Ondanks dat de vermoeidheid al behoorlijk toesloeg hebben we uiteindelijk toch nog een paar paviljoens bezocht waar geen lange rijen voor stonden, maar dat waren dan ook niet de meest interessante landen. Verder zagen we nog een aantal shows die op de diverse pleinen gegeven werden en zeker de moeite waard waren en een mooie parade van Mongolië, welk land deze dag centraal stond op de Expo.

Tegen de avond hebben we de boot genomen naar de andere kant van de Huang Pu rivier, waar een ander deel van de Expo zich afspeelt. Hier was het veel rustiger en bezochten we het Themapaviljoen van de Expo 'Better City, Better Life' . We raakten helemaal enthousiast van wat we zagen in dit paviljoen, dat deels was ingericht als museum met kunstwerken overal vandaan en met filmshows waar je zelf midden in stond. Hoewel we inmiddels bekaf waren hebben we hier nog uren doorgebracht en was dit onderdeel alleen al een bezoek aan de Expo waard. Weer buiten gekomen was het al donker en verschillende gebouwen waren schitterend verlicht en werd er een spectaculaire lichtshow gegeven. Het was al 22 uur toen wij en met ons vele anderen zich met de laatste krachten naar de uitgang sleepten en weer in de metro stapten. Hoewel de dag met veel frustratie over de lange rijen wachtenden begon sloten we deze uiteindelijk vol enthousiasme af.

DAG 26 (26 mei) Shanghai - de Franse Concessie

Nadat Shanghai in 1842 was geopend voor buitenlandse handel vestigden eerst de Britten en later de Fransen zich in hun 'consessies', wijken die de Chinezen moesten afstaan aan deze landen. Vandaag gaan we naar de voormalige Franse Concessie het gebied waar de Fransen de baas waren. Ze kwamen massaal naar Shanghai en gebruikten de stad als havenstad in het oosten, bouwden er grote villa’s en prachtige gebouwen, legden parken aan en om de wijk een extra Frans tintje te geven lieten ze honderden platanen vanuit Frankrijk overkomen.
De Concessie wordt doorsneden door de chique winkelstraat Huaihai Zhonglu. Lukraak lopen we door de deze straat en slaan zo nu en dan een zijstraat in. Het is één van de meest gevarieerde gebieden van Shanghai. Vanwege de architectuur, maar ook vanwege de vele restaurants, de grote gevarieerdheid aan pubs en clubs, de kleine boetiekjes en de historische gebouwen in dit gebied. We komen langs de voormalige woning van Sun Yat Sen, die wordt gezien als de grondlegger van de Chinese republiek en in 1912 werd benoemd tot president van China. Het huis doet tegenwoordig dienst als museum, maar we willen liever wat rondlopen in de schaduw van de platanen en slaan het museum over.
We dwalen door een oude volksbuurt met hoogbouwhuizen dicht opeen, slechts van elkaar gescheiden door smalle steegjes, in Shanghai Longtangs genoemd. De herinneringen aan de communistische tijd en de sociale controle zijn hier nog sterk aanwezig. Ondanks het drukke stadsverkeer rondom is het er heerlijk rustig doordat de wijkjes schuil gaan achter hoge muren en je alleen via een stenen poort er in kunt. Je hoort de vogels fluiten en niet alleen de gekooide zangvogels op de balcons, waar de Chinezen zo gek mee zijn. Zoals veel Nederlanders hun hond uitlaten, zo zie je met name de Chinese mannen met hun vogelkooitje aan de wandel. Ze komen samen om de fluitkunsten van hun gekooide zangvogels aan elkaar af te meten. De kooien zijn vaak even mooi als hun bewoners.


Ook China:
het wijkje heeft twee ingangen. Bij de ene ingang zit één man in een hokje en bij de andere zelfs twee. Aan de muur hangen foto's met namen van totaal 5 bewakers per ingang ! Ze houden een beetje in de gaten welke mensen de wijk in en uit gaan en helpen bij het parkeren. Geen idee wat ze verder doen, mogelijk de 1-kind politiek bewaken. Maar ze halen de werkeloosheidscijfers van China wel naar beneden. En het moet gezegd, het ziet er ondanks de ouderdom van de huizen keurig uit ondanks dat elk hoekje van de wijk benut wordt.

Moe van alle geslenter zoeken we een parkje op en genieten door alleen maar te kijken naar wat de mensen in het park aan het doen zijn. We kijken naar een vrouw in een rolstoel en gekleed in een pyjama en naar een groepje mannen die vol belangstelling het verloop van het spel bekijken van twee mannen die een soort stratego bordspel spelen. Op een bankje zit een vrouw haar hoofd te masseren, slaat op haar benen en stretcht uitgebreid haar spieren. Even verderop staat een vrouw afwisselend met de rug en dan weer met de handen tegen een boom. Vermoedelijk is ze met de boom in gesprek, mogelijk is ze een collega van Irene van Lippe-Biesterfeld. Vlakbij ons zit een man die liederen aan het zingen is en in het bosje verderop is een sportieveling aan het schijnboksen. Een eindje verder probeert een man geluid uit zijn trombone te persen, wat weer de interesse van een klein meisje opwekt, die met opa in het park is. Veel Tai Chi beoefenaars, waarvan sommigen les krijgen van een oude meester, die onze bewondering wekt door de beheersing van zijn bewegingen. Ik zie in Nederland nog niemand al deze dingen doen, "wat zullen de andere mensen daar van denken als ik dat doe". Hier kijkt niemand er van op en is men lekker actief. Regel nummer één: laat alle gêne varen, alles is toegestaan in deze groene longen. Nou ja alles ? Net als in de rest van de wereld zijn de meest afgelegen plekjes voor de verliefde koppeltjes, we hebben niet gecontroleerd hoeveel hun omgangsvormen afwijken van de westerse.

We lopen terug naar het hotel en zien hoe de verkeersdrukke weer toeneemt in de namiddag.

Ook China:.
je hebt een kruispunt met verkeerslichten, je zou mogen aannemen dat dus alles verkeersstromen geregeld worden. Maar niet hier. Midden op het kruispunt staat een verkeersagent die wat met zijn handen staat te zwaaien als het verkeer optrekt. Geen idee wat hij daadwerkelijk toevoegd. Dan staan er op alle vier kruisende wegen verkeersregelaars, "traffic assistents" staat op hun hesjes, die opletten dat de voetgangers niet oversteken als het licht op rood staat. Ze hebben een vlaggetje in de hand en blazen op een fluitje als het licht op rood of groen springt. Verder is er in de omgeving van het kruispunt nog één of andere geuniformeerde bulldog te vinden die duidelijk de baas is over de verkeersregelaars en hen zo nu en dan instructies geeft. Zes man en dan hebben we het nog maar over 1 kruispunt ! Maar ook dit haalt de werkeloosheidscijfers van China weer naar beneden.

Ook China:
Op het Engelstalige TV kanaal, een propagandazender van de Chinese overheid, wordt als belangrijkste nieuws gemeld dat de provincie Xinjang na 8 maanden weer internet krijgt. Dit was afgesloten na etnische ongeregeldheden tussen Oeigoeren en Han-Chinezen in de provinciehoofdstad Urumqi acht maanden geleden. De provinciale regering maakt bekend dat het internet weer „volledig” toegankelijk wordt en vraagt internetgebruikers „om met hun wijsheid een bijdrage te leveren” aan de economische ontwikkeling van het gebied. Wel wordt de bevolking gewaarschuwd om het web niet te gebruiken op een manier die „etnische eenheid, sociale stabiliteit en nationale belangen schaadt”.

Het nieuws wordt gepresenteerd alsof Xinjang de onafhankelijkheid krijgt, maar de Oeigoeren en ook alle andere inwoners van China kunnen nog steeds niet mijn staatsgevaarlijke Weblog op internet krijgen. En ook wij kunnen niet zien hoe onze website er nu uit ziet. Ook China !

DAG 27 (27 mei) Shanghai - Pudong en Expo

De tijd staat niet stil, zeker niet in China en vooral niet in een stad als Shanghai en zeker niet in de nieuwe wijk Pudong. In minder dan twintig jaar is deze wijk verrezen. Er staan alleen al in dit deel van Shanghai evenveel wolkenkrabbers als in Manhattan of Tokyo. We zien met eigen ogen hoeveel wolkenkrabbers en autowegen er al weer bij zijn gekomen sinds we hier in 2008 waren. Toen bezochten we de Jin Mao toren, met zijn 421 meter het hoogste gebouw van China op dat moment. Vanmorgen gaan we naar het Shanghai World Financial Center, waar ze toen nog mee aan het bouwen waren en dat met een hoogte van 492 meter nu het hoogste gebouw van Shanghai is, het bouwwerk wordt de 'flesopener' genoemd. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het World Financial Center het hoogste gebouw van de wereld werd, maar vlak er naast zijn ze al weer bezig deze hoogte te overtreffen en verrijst nu een gebouw dat hoger dan 500 meter wordt. Maar de Burj Khalifa in Dubai heeft ze beide afgetroefd en is met 818 meter nu het hoogste gebouw ter wereld.

Shanghai-Baas boven baas
Op de voorgrond het Shanghai World Financial Center (de 'flesopener') en erachter de Jin Mao toren

Na de uitvoerige veiligheidscontrole en het kopen van een kaartje zoef je met een snelle lift razendsnelomhoog. Je kunt de hoogtes aflezen in de lift en voor je het weet zit je al op 100 meter, goed je oren klaren en je zit al op 200 meter en nog een paar keer snel slikken om de oren te klaren en je bent aangekomen op een hoogte van 474 meter. Hier stap je uit en komt bij het meest opvallende aan het gebouw, het grote gat bovenin de 'flesopener'. Aanvankelijk zou dit gat een ronde vorm krijgen, maar omdat zo´n cirkel te veel deed denken aan de nationale vlag van Japan, werden de plannen veranderd.
Je loopt nu in het observatiedek aan de bovenkant van het gat op de 100 ste verdieping, waar je naar buiten kunt kijken om van het uitzicht over Shanghai te kunnen genieten. Het is wel even wennen deze hoogte.


      Het  observatiedek met de glazen vloer                                          

                                                      Leuk doorkijkje in de diepte, 474 meter om precies te zin.
Shanghai-kijkje door de vloer
In de vloer zijn glasplaten aangebracht, waar je over kunt lopen en door naar beneden kijken. Maar niet iedereen is er gecharmeerd van over de glasplaten te lopen.
Als je naar de kleine auto's onder je kijkt zie je pas goed hoe hoog je zit. Net zoveel indruk maakt het dat je op de overige wolkenkrabbers neerkijkt.



In de namiddag gaan we opnieuw naar de World Expo, in de hoop dat het iets minder druk is dan eerste dag dat we er waren. Maar helaas, ook nu staan de mensen weer uren in de rij voor de populairste paviljoens, Wij beperken ons opnieuw tot het bezoeken van de minder drukke paviljoens en zijn vooral gekomen om de paviljoens, die bij avond mooi verlicht zijn, te bekijken en te filmen.

Shanghai - lange rijen
Uren wachten in de brandende zon, ons niet gezien !

Ook de stad Rotterdam staat op de Expo. Op hun website staat o.a. te lezen "In the Rotterdam Water City Pavilion everything revolves around water, climate and water protection, but with a focus on innovative solutions. Visitors are shown a real life dike and a water reservoir capable of handling huge amounts of rain water. An artificial cloud imitates the fickle climate of the Netherlands".
Op het bordje bij de ingang staan o.a. als participanten DURA VERMEER en GRONTMIJ, maar als we naar binnen gaan wordt ons verteld dat alles buiten dienst is en niets werkt. Nou daar zijn we dus snel klaar mee. Later horen we dat er een probleem met de elektriciteit is.
Als het donker wordt gaan we met de boot naar het Expo-gedeelte aan de overkant van de Huang Pu rivier. Een mooie boottocht omdat je vanaf het water mooi zicht hebt op de prachtig verlichte paviljoens en de feestelijk verlichte bruggen. Het is dan ook moeilijk te stoppen met filmen en met veel te veel opnames gaan we laat op de avond weer terug met de Metro richting hotel.